Campanië,  Interviews

Interview Nederland/Campanië

Op een zonnige middag had ik een afspraak met de vriendelijke Giovanni Cannavaciuolo, in de Italiaanse delicatessen winkel ‘I fratelli’ van zijn zonen Carlo en Sandro, te Stiphout. Giovanni komt uit de regio Campanië en ik heb een interview met hem in het kader van Zuid-Italianen in Nederland.

Wanneer bent u naar Nederland gekomen, en hoe bent u door de Nederlanders ontvangen?

In 1962 kwam ik voor vakantie naar Nederland en om mijn oudste broer op te zoeken. Nederlanders kenden toentertijd  weinig Italiaanse producten en daarom gingen we deze producten importeren voor de Benelux. Er was echter nog niet echt markt voor en als je geen werk had, moest je na 3 maanden Nederland weer uit en vervolgens kwam ik na een maand weer terug om in de Joh. Enschedé, ‘de geldfabriek’ te werken. Inmiddels had ik ook mijn vrouw Loes ontmoet. Ik kwam echter uit een horecafamilie en al gauw hadden we het plan om een broodjeszaak in Haarlem te openen. Vierentwintig uur per dag waren we open en op zaterdagavond hadden we een portier nodig om de grote aanloop in goede banen te leidden. Al snel volgde het succesvolle restaurant Napoli, dat tot op heden nog bestaat. De Nederlanders waren aardig, ze hadden meer vertrouwen in ons want er waren toen nog weinig buitenlanders.

Wat hebben uw kinderen van de Italiaanse cultuur overgenomen ?

Ik heb drie zonen, zij hebben de Nederlandse cultuur maar Napolitaanse mentaliteit! Vaak temperamentvol en impulsief. De Italiaanse taal begrijpen ze goed maar doordat ik altijd hard gewerkt heb in het restaurant, moest ik overdag vaak uitrustten, juist wanneer de jongens vrij waren en zodoende had ik dus te weinig tijd om hun goed Italiaans te leren spreken.

Wat raadt u de mensen aan om vooral in de regio Campanië te bezoeken?

Campanië is natuurlijk prachtig maar eigenlijk is heel Italië van Noord tot Zuid mooi, het is als het ware één groot museum.

Zou u een Italiaan vandaag de dag nog aanraden om naar Nederland te komen?

Er is nu weinig werk in Nederland, men is vaak nieuwsgierig maar blijft voor een korte tijd. In de jaren ’60 was het anders, toen zochten de Nederlanders juist buitenlanders om te komen werken.

Zou u nog voorgoed terugwillen naar Italië?

Nee! Ik hou van Campanië maar ik kom altijd graag terug naar Nederland, ik ben gek op mijn kleinkinderen en ik heb nu de tijd voor ze, wat moeten zij zonder hun opa?

Uw zonen werken, net als u heeft gedaan, met Italiaanse producten en bereiden gerechten voor, echter zij verkopen deze in hun delicatessen winkel in plaats van in een restaurant, begrijpt u deze keuze?

Ja, dit is een goede keuze, op deze manier hebben zij geen personeel nodig. Zij moeten wel veel en lang samenwerken maar dit gaat heel goed. Ze hebben respect voor elkaar en hun familie. Er zijn inmiddels veel verschillende zaken ontstaan uit onze familie, want een ieder heeft een ondernemingsgeest en wil graag onafhankelijk zijn, ik kan dit alleen maar toe juichen.

Denkt u dat u hetzelfde had kunnen opbouwen in Zuid-Italië  als hier in Nederland?

Nee, ik denk van niet, hier waren meer mogelijkheden, daar was het moeilijker. Ik heb hoe dan ook alles zelf opgebouwd, zonder economische hulp, en altijd meer dan 16 uur per dag gewerkt.

Heeft u ooit heimwee gehad?

Ik heb nooit heimwee gehad want er kwam veel familie naar Nederland, mijn broer was er  al en later kwamen ook nog vier zussen hierheen. In het begin bleef mijn moeder met mijn jongste zusje achter, maar ook zij zijn later gekomen. Wij hebben een sterke familieband en inmiddels bestaan we uit meer dan zestig familieleden.

U gaat geregeld naar Zuid-Italië waar verheugt u zich het meest op?

Ik kom thuis in Campanië, maar ik ben altijd blij als ik terug kom in Nederland. “Ik ben als toerist gekomen en ik voel me na vijftig jaar nog een toerist”.

 www.ifratelli.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *